Mobiliteit is integratie


Vergrijzing en mobiliteit

Foto van een auto op de snelwegEen steeds groter deel van de afgelegde verplaatsingen en kilometers komt voor rekening van ouderen. Dit komt doordat het aandeel ouderen in de bevolking, en daarmee in het verkeer, toeneemt en doordat zij zich ook vaker en verder verplaatsen dan de ouderen van vroeger. Deze vergrijzing van de mobiliteit remt de groei van de mobiliteit en draagt bij aan een gelijkmatiger spreiding van het (auto)verkeer over de dag. De vergrijzing van de mobiliteit leidt echter ook tot een toename van het aantal verkeersslachtoffers.

 

 

De bevolkingsopbouw van Nederland verandert, het aandeel ouderen neemt steeds verder toe. Sinds 2010 gaat een omvangrijke groep ouderen met pensioen. Omdat ouderen minder kilometers per dag reizen dan de groep jonger dan 65 jaar, remt dit de groei van de (auto)mobiliteit. Na 2020 is dit effect zelfs sterker dan het effect van de bevolkingsgroei.

De nieuwe generatie ouderen is gemiddeld welvarender, vitaler, actiever en mobieler dan eerdere generaties. Zij verplaatsen zich vaker, langer en verder. De nieuwe ouderen hebben bovendien bijna allemaal een auto en zullen deze tot op hoge leeftijd gebruiken. Mede hierdoor blijft de (auto)mobiliteit nog wel wat groeien, maar minder snel dan vroeger.

De ouderen gebruiken de auto niet meer zozeer voor woon-werkverkeer maar voor (onregelmatiger) vrijetijdsverkeer. Dit draagt bij aan een gelijkmatiger spreiding van het (auto)verkeer over de dag en daarmee aan een geringere congestie.

De vergrijzing van de mobiliteit leidt – zonder aanvullende maatregelen – tot een toename van het aantal verkeersslachtoffers. Ouderen zijn immers per afgelegde kilometer veel vaker slachtoffer van een verkeersongeval dan anderen.

 

Bron: Planbureau voor leefomgeving